fbpx

Press Release: Liance opens new office in Curacao

Liance is delighted to announce that it has opened a new office in Curacao as of March 2018.

The new branche office will be led by Liance partner Robin Kooy and new Liance partner Wiek Herben, who will continue his already existing legal practice under the Liance label.

Robin Kooy commented: “with European companies being more and more active in both the Caribbean and South America, setting up an office in Curacao seemed like a logical choice as Curacao acts as a hub for companies operating in both regions due to its stable economy and legal system. With the new office, we can better meet the needs of our clients which are active in these markets”

Wiek Herben, based in Curacao as a company lawyer and attorney at law since 2010, adds: “the services that Liance provides in respect to legal management consultancy and legal IT solutions are unique for the region and will greatly increase our capability and capacity to service our existing clients and new clients. ”

Liance was established by a group of legal professionals with the ambition to combine (strategic) legal services with legal management consultancy. In the upcoming years Liance strives to grow both nationally and internationally by expanding its network and engaging in partnerships with other business-minded service providers such as  international (tax) law firms, IT companies and financial advisors. This will enable Liance to not only service its clients better, but to further advance its goal as well: to turn legal affairs into strategic value

——-

For more information about Liance visit our website www.liance.legal or contact us at +5999 844 0062

Elektronische uitwisseling patiëntgegevens blijft geoorloofd

English version below (The exchange of electronic health records remains lawful)

De beoordeling van datastromen verschilt van geval tot geval. Een van de eerste Hoge Raadsuitspraken gaat over de uitwisseling van patientgegevens. Deze uitspraak geeft inzicht in de toetsingswijze van ons hoogste rechtscolleges.

De zorginfrastructuur is een systeem waarmee een huisarts inzage kan krijgen in bepaalde gegevens van een patiënt die de huisarts over die patiënt heeft vastgelegd. Andere zorgverleners kunnen mogelijk deze gegevens over intoleranties, contra-indicaties en allergieën in het huisartsendossier van de patiënt inzien. De klacht van de Vereniging van praktijkhoudende huisartsen (VPH) is dat het systeem in strijd is met de Wbp. Met name wijst de VPH op het argument dat door de verwerking het beroepsgeheim van medici kan worden geschonden doordat de arts niet weet welke derden inzage krijgen in de arts-patiëntgegevens; ook voert de vereniging aan dat de eenmalige toestemming patiënt een te zwakke basis is voor de verwerkingen die daarna kunnen plaatsvinden.
De Hoge Raad overweegt dat de toestemming van de patiënt de doorbreking van het beroepsgeheim rechtvaardigt. Er wordt voldoende informatie gegeven over de vraag welke gegevens in welke situatie voor welke zorgverlener toegankelijk zijn. Het feit dat de patiënt erop zal – en door de huisarts zelf kan – worden gewezen dat de patiënt  gegevens kan afschermen speelt een belangrijke rol in deze zaak. Ook het feit dat de zogenaamde ‘professionele samenvatting’ van de huisarts alleen ter inzage zal zijn voor vervangende huisartsen (en niet voor andere zorgverleners) woog mee in het oordeel.
HR 1 december 2017 ECLI:NL:HR:2017:3053.

The electronic health record infrastructure is a system which provides the general practitioner (GP) insights into its own documented information of a patient. Other healthcare providers may sometimes have access to these registered data in the GP’s file when it comes to intolerances, contraindications and allergies.

A complaint of the Dutch association of private practicing GPs (VPH) is that the system violates the Dutch data protection act (Wbp). The main argument is that processing health records may lead to a violation of the physician-patient’s privilege, as GPs do not know which third parties will have access to such privileged physician-patient records. A second argument is that the patient’s one-time consent is not a sufficient legal basis for further processing of health records by further healthcare providers.

The Dutch Supreme Court considers that the patient’s consent justifies breaching the physician-patient’s privilege. That consent is based on sufficient information provided to the patient regarding what data is accessible to which healthcare provider in which situation. The fact that the patient will be informed – which can also be done by the general practitioner itself – that the patient can shield off its own medical information, played an important role in the supreme court’s ruling. Also part of the supreme courts consideration was that the so-called general practitioners’ ‘professional summary’ is only accessible for substitute general practitioners (and not for other healthcare providers).

Waarom zou je overstappen op een One-Tier Bestuur?

Sinds het voor Nederlandse BV’s mogelijk werd om een monistisch bestuursmodel te hanteren (2103) hebben 385 BV’s en 58 NV’s gekozen voor dit bestuursmodel. In zo’n bestuursmodel bestaat het management (bestuur) van de BV uit zowel uitvoerende als toezichthoudende bestuurders. Waarom kiezen bedrijven voor een monistisch bestuur en hoe werkt het model in de praktijk?

Een one-tier board (oftewel monistisch bestuurssysteem) is een optie als een aandeelhouder of het management van een BV een interne adviserende en toezichthoudende functie wil inrichten naast het bestuursorgaan. Voor 2013 kon een bedrijf hiervoor alleen een raad van commissarissen instellen; dan wordt een apart orgaan ingericht in het bedrijf, naast het bestuur. Dat kan nog steeds. Nu is het dus ook mogelijk om binnen het bestuursorgaan naast de ‘gewone’ bestuurders toezichthoudende bestuurders te benoemen.

Er blijkt behoefte aan de nieuwe toezichtsvorm te bestaan, omdat sinds de invoering (in 2013) 385 BV’s en 58 NV’s hebben gekozen voor het nieuwe bestuursmodel. Dat is meer dan verwacht.

Het idee achter het nieuwe bestuursmodel is dat de toezichthoudende bestuurders ( de wet noemt hen: niet-uitvoerende bestuurders) meer betrokken zijn bij het beleid, ook bij het dagelijkse beleid van het bedrijf. Omdat beide ‘soorten’ bestuurders in hetzelfde orgaan zitten krijgen ze evenveel informatie als de uitvoerende bestuurders en zijn zij aanwezig bij elke bestuursvergadering. Besluiten over nieuwe investeringen en over commerciële kansen worden sneller genomen, omdat er maar een orgaan is dat erover beslist.

Voor familievennootschappen, bijvoorbeeld de oprichter die een stapje terug wil doen, blijkt een reden te zijn om voor een one-tier systeem te kiezen dat een rol als commissaris te afstandelijk is. Het als niet-uitvoerend bestuurder bijwonen van de bestuursvergaderingen kan beter passen.

Voor concerns is een belangrijke reden om te kiezen voor een monistisch systeem dat alle vennootschappen op eenzelfde manier kunnen worden aangestuurd: er hoeft dus niet voor alleen de Nederlandse vennootschappen in een internationale groep een raad van commissarissen te worden ingesteld.

BV’s worden vrijgelaten om te bepalen hoeveel uitvoerende en hoeveel niet-uitvoerende bestuurders een BV kiest. Uit onderzoek blijkt dat er bij de monistische bestuursmodellen meer niet-uitvoerende bestuurders (vaak 2) zijn dan uitvoerende (vaak 1). Maar als een BV al twee uitvoerende bestuurders heeft betekent het niet dat er minimaal drie toezichthoudende bestuurders moeten zijn. Dat zou ook wel onhandig en duur worden. Met behulp van bijvoorbeeld verzwaard-stemrechtbepalingen kan in de statuten van de BV worden bepaald dat twee niet uitvoerende bestuurders samen de twee bestuurders kunnen overstemmen, of een doorslaggevende stem kunnen hebben.

Als de niet-uitvoerende bestuurder zo dicht op het bestuur zit, is zijn aansprakelijkheidsrisico dan niet groter dan wanneer deze commissaris is? Het is wel nodig dat in de statuten duidelijk wordt omschreven wat ieders taak is, daarmee kan dat risico worden beperkt.

Persbericht: Uitbreiding Liance Legal

Amsterdam, 12 september 2017 – Liance Legal breidt uit! Sjoerd van Kesteren (van Weagree) is als legal counsel toegetreden en Jacobien Viets (voorheen KLM en Philips) als partner.

Liance Legal is een coöperatieve partnership voor zakelijke juridische dienstverlening. De dienstverlening is volledig op de business van de ondernemer afgestemd, door juristen die zelf ondernemer zijn en die zijn grootgebracht in de internationale management teams van grote ondernemingen.

Liance Legal telt nu acht bedrijfsjuristen gespecialiseerd in nationaal en internationaal, juridisch en strategisch advies voor ondernemers, zowel operationeel als op board room niveau De coöperatie, opgericht in 2016, biedt bedrijven een outsourced legal department en onderscheidt zich ook door haar focus op legal management.

Liance Legal werkt voor bedrijven in iedere fase van hun groei: van start-ups en scale-ups, MKB tot internationale bedrijven. Vaste opdrachtgevers bevinden zich vaak in high-tech en electronica industrie, maar eveneens in de gezondheids- en non-profit sector. Liance Legal is werkzaam vanuit Amsterdam, Utrecht en Eindhoven/’s-Hertogenbosch.

De Liance Academy biedt juristen en niet-juristen trainingen aan op het gebied van legal management en juridische onderwerpen die sterk in ontwikkeling zijn, zoals verantwoord ondernemen.

Voor meer informatie kijk op de vernieuwde website www.liance.legal


Download hier het originele persbericht (MS Word)
Download hier afbeelding (screenshot nieuwe website, 292 KB)

Waarom bedrijfsjuristen veel hebben aan empirisch onderzoek

Welke overwegingen zijn te vernemen in de boardroom als daar een beslissing moet worden genomen om een vorige bestuurder of commissaris aansprakelijk te stellen? Uit een onderzoek blijkt dat zelfs als er genoeg bewijs is voor onbehoorlijk bestuur, overwegingen van praktische aard of loyaliteit de doorslag geven om niet te gaan dagvaarden. En dat bestuurders in de profit sector in deze kwesties een andere afweging maken dan in de non-profitsector.

Hoe denken praktijkjuristen over afgebroken onderhandelingen: vanaf welk moment zou het afbreken van onderhandelingen niet meer zonder gevolgen moeten blijven. De praktijk bleek het niet eens met de fasen-leer van de HR in Plas/Valburg.

Wat is de rol van juristen in het contracteringsproces. In de praktijk is die rol erg gering.

Zijn er verschillen wat betreft de bereidheid om te gaan procederen bij zakelijke verschillen van inzicht tussen bijvoorbeeld de automotive sector, IT sector en farmaceutische sector? Ook hierover is (een beetje oud) onderzoek beschikbaar: die bereidheid verschilt. In de IT sector is de procedeerbereidheid minder.

 

Bedrijfsjuristen maken relatief vaak mee hoe rechtsregels in de praktijk uitpakken en wat de effectiviteit van regels is. Het verschil tussen “Law in Action” en “Law in the Books”. Wat in de praktijk gebeurt, zoals welke motieven die rechtssubjecten hebben bij gedragingen of bij regelovertreding (compliance!), werken de regels zoals ze bedoeld zijn, zoals de structuurregeling, de toepassing van algemene voorwaarden of de recent ingevoerde mogelijkheid om in de statuten verplichtingen tussen de aandeelhouders op te nemen van art.2:192 BW? Hoe worden contractuele bepalingen in de praktijk uitgelegd? Welke behoefte heeft de praktijk aan personenvennootschappen? Wat verandert er in een onderneming als private equity daar de scepter gaat zwaaien: als je dat aan de bedrijfsjuristen vraagt zeggen zij dat er heel veel verandert in de manier waarop zij hun werk kunnen doen.

Alleen al het ondernemingsrecht biedt talloze regelingen waarvan het de moeite waard is om te kijken wat er in de praktijk gebeurt. Nuttige informatie ook voor de wetgever, nu Boek 2 alleen maar ingewikkelder wordt. WODC heeft enkele empirische onderzoeken naar de beoogde werking van regelingen op het gebied van ondernemingsrecht laten verrichten (onder andere een onderzoek waaraan ik meewerkte https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/12/09/tk-20161027-wodc-rapport-inventarisatie-werking-artikel-135-lid-7-boek-2-bw). Op dit moment vindt een onderzoek plaats van de Tilburg University naar de effecten van de wet aanpassing enquêterecht en is de RUG bezig met een onderzoek naar de effecten van de Wet Bestuur en Toezicht.

Voor bedrijfsjuristen zijn de uitkomsten van deze onderzoeken nuttig omdat deze praktijk hun werkelijkheid is. Met empirisch onderzoek kunnen zij beter de strategie in geschillen bepalen, besluitvorming verbeteren, prioriteiten stellen, anticiperen op non compliant gedrag, alternatieve/praktische oplossingen bedenken etc. etc. Misschien is het goed eerst te onderzoeken welk empirisch onderzoek de meeste nuttige informatie voor bedrijfsjuristen oplevert, waar bevindt zich de grootste kloof tussen recht en werkelijkheid? Laat me weten!

Bernadette van leeuwen

Bernadette van leeuwen

Lawyer and consultant

Bernadette is a lawyer and consultant with a substantial background in corporate law and risk governance. After her PhD on the freedom of enterprise, she went into private practice in Rotterdam and Amsterdam, focusing on international commercial transactions.

Pin It on Pinterest

'We use Cookies to enhance your experience on our website. By continuing your navigation, you accept the placement and use of Cookies. To learn more about Cookies or opt-out from these services please see our privacy policy. More information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close