fbpx

Press Release: Peter van Dort joins Liance Caribbean and Liance Law Firm Amsterdam opens

Liance is delighted to announce that Peter van Dort will join Liance Caribbean as a partner and will, together with other Liance Caribbean partners Wiek Herben and Robin Kooy, open Liance Law Firm Caribbean, both officially as of February 1, 2019.

 Liance Law Firm is a new and modern law firm in Curacao, providing tailor-made solutions for a variety of clients. Liance Law Firm is personal, has a pragmatic approach and a focus on commercial contracts, corporate law, real estate & lease, financial law, insurance law, employment law, intellectual property law, competition law and dispute resolution. It also acts as a gateway to South American business.

 Later this year, Liance Law Firm Amsterdam will open its doors as well, which will mean that Liance Netherlands will be able to truly offer a ‘one-stop-shop’ service to all of its clients. Jelle Terpstra commented: “The opening of Liance Law Firm Amsterdam later this year (date to be confirmed) will mean that we, in addition to offering the full range of legal services Liance clients are familiar with, will also offer litigation services where needed so that we no longer need to partner with external law firms. Together, we will offer next generation services within the entire legal spectrum through our highly dedicated and experienced company lawyers, consultants and attorneys at law.

 More news about the launch of Liance Law Firm Amsterdam later this year will follow soon. Keep an eye on our website www.liance.legal or the website of Liance Law Firm www.liance.law.

Liance was established in 2016 by a group of legal professionals with the ambition to combine (strategic) international company legal services with legal management consultancy. Liance continues to strive to grow and to provide its clients with the practical and high-quality outsourced legal services they deserve and are familiar with. Offering legal services which evolve from risk mitigation to value creation continues to drive all our actions.

——

For more information about Liance contact us at +5999 844 0062

Waarom zou je overstappen op een One-Tier Bestuur?

Sinds het voor Nederlandse BV’s mogelijk werd om een monistisch bestuursmodel te hanteren (2103) hebben 385 BV’s en 58 NV’s gekozen voor dit bestuursmodel. In zo’n bestuursmodel bestaat het management (bestuur) van de BV uit zowel uitvoerende als toezichthoudende bestuurders. Waarom kiezen bedrijven voor een monistisch bestuur en hoe werkt het model in de praktijk?

Een one-tier board (oftewel monistisch bestuurssysteem) is een optie als een aandeelhouder of het management van een BV een interne adviserende en toezichthoudende functie wil inrichten naast het bestuursorgaan. Voor 2013 kon een bedrijf hiervoor alleen een raad van commissarissen instellen; dan wordt een apart orgaan ingericht in het bedrijf, naast het bestuur. Dat kan nog steeds. Nu is het dus ook mogelijk om binnen het bestuursorgaan naast de ‘gewone’ bestuurders toezichthoudende bestuurders te benoemen.

Er blijkt behoefte aan de nieuwe toezichtsvorm te bestaan, omdat sinds de invoering (in 2013) 385 BV’s en 58 NV’s hebben gekozen voor het nieuwe bestuursmodel. Dat is meer dan verwacht.

Het idee achter het nieuwe bestuursmodel is dat de toezichthoudende bestuurders ( de wet noemt hen: niet-uitvoerende bestuurders) meer betrokken zijn bij het beleid, ook bij het dagelijkse beleid van het bedrijf. Omdat beide ‘soorten’ bestuurders in hetzelfde orgaan zitten krijgen ze evenveel informatie als de uitvoerende bestuurders en zijn zij aanwezig bij elke bestuursvergadering. Besluiten over nieuwe investeringen en over commerciële kansen worden sneller genomen, omdat er maar een orgaan is dat erover beslist.

Voor familievennootschappen, bijvoorbeeld de oprichter die een stapje terug wil doen, blijkt een reden te zijn om voor een one-tier systeem te kiezen dat een rol als commissaris te afstandelijk is. Het als niet-uitvoerend bestuurder bijwonen van de bestuursvergaderingen kan beter passen.

Voor concerns is een belangrijke reden om te kiezen voor een monistisch systeem dat alle vennootschappen op eenzelfde manier kunnen worden aangestuurd: er hoeft dus niet voor alleen de Nederlandse vennootschappen in een internationale groep een raad van commissarissen te worden ingesteld.

BV’s worden vrijgelaten om te bepalen hoeveel uitvoerende en hoeveel niet-uitvoerende bestuurders een BV kiest. Uit onderzoek blijkt dat er bij de monistische bestuursmodellen meer niet-uitvoerende bestuurders (vaak 2) zijn dan uitvoerende (vaak 1). Maar als een BV al twee uitvoerende bestuurders heeft betekent het niet dat er minimaal drie toezichthoudende bestuurders moeten zijn. Dat zou ook wel onhandig en duur worden. Met behulp van bijvoorbeeld verzwaard-stemrechtbepalingen kan in de statuten van de BV worden bepaald dat twee niet uitvoerende bestuurders samen de twee bestuurders kunnen overstemmen, of een doorslaggevende stem kunnen hebben.

Als de niet-uitvoerende bestuurder zo dicht op het bestuur zit, is zijn aansprakelijkheidsrisico dan niet groter dan wanneer deze commissaris is? Het is wel nodig dat in de statuten duidelijk wordt omschreven wat ieders taak is, daarmee kan dat risico worden beperkt.

Minder juridische techneuten, meer praktische wijsheid

In een interview dat verscheen in het blad Mr. (2016 nr. 7/8) pleit prof. mr. Jaap Winter (Voorzitter College van Bestuur Vrije Universiteit en hoogleraar internationaal ondernemingsrecht aan de UvA) ervoor dat juristen verder kijken dan hun juridische neus lang is. Juristen hebben (nog steeds) vaak het gevoel dat ze ver afstaan “van inhoudelijke beslissingen die hebben geleid tot de financiële crisis. Hen is ook nooit gevraagd wat de gevolgen waren van de credit default swaps en van collateral debt obligations. De juristen hebben alleen maar moeten beoordelen of deze producten binnen het raamwerk van de wetgeving pasten. Daardoor hebben ze lang de verantwoordelijkheid van zich af kunnen schuiven.” Om deze reflex in de toekomst te voorkomen pleit Winter ervoor morele vraagstukken expliciet in de opleiding van juristen op te nemen. Er is praktische wijsheid van juristen nodig en aandacht voor maatschappelijke implicaties van het recht. Hij is een voorstander van multidisciplinair onderwijs, omdat de complexiteit van regelgeving, procedures en systemen alleen maar toeneemt.

Commercialization of the legal profession?

Commercialization of the legal profession?

In-house lawyers are way too commercial and act more like their Master’s voices, according to Judge Rackoff, apparently a highly distinguished district court judge in the US, dealing with commercial law. He’s interviewed in IBA’s Global Insight in February/March edition http://www.ibanet.org/Article/Detail.aspx?ArticleUid=99762921-4134-4421-8baf-9cb62ec51ee5, scroll down to blue section “the commercialization of the legal profession”). Also, in his opinion, attorneys cannot keep their back straight against the onerous demands of in-house counsel because of the increasing competition between law firms.

If you were to ask the internal client of an in-house lawyer what he or she thinks of the commercial qualities of their legal colleague then you would probably hear something completely different: they will say their in-house counsel should think less legally and be more business oriented, more proactive, creative, adding more value etc.

Two perspectives on the performance of in-house lawyers, the lawyer’s perspective and the business perspective. This is the in-house lawyers challenge. They do not see this as a problem and they should not. It is the reality in our society that economics and law may concur in certain respects but in-house lawyers are happy to mix economics with their legal work. Attorneys do the same, from a more distant position.

In-house lawyers choose sides; they will go for the optimal position of their company. This is what they are assigned to do, they should be focused on the company interest. And this may have as a consequence that they do not interpret a rule in the way a judge would do.  The law is not always clear, society is changing and thus the interpretation of a rule. And also, much of the in-house legal work relates to new products or services or new markets for which there are no rules yet. The judge I referred to in the beginning of this blog suggests the in-house lawyers advise is suspicious. Of course the private sector is not perfect – nor is the public sector for that matter – but we live in a market-oriented economy and companies may go for profit optimization. And they may choose to hire internal lawyers to help them address the legal risks involved or to engage outside counsel to help them.

It is a pity the judge apparently feels some distrust against in-house lawyers.  Dutch in-house lawyers encountered the same sort of distrust when the legal privilege of an in-house counsel who was registered at the Dutch Bar was refused, because, according to the European Court of justice in a competition case “an in-house lawyer could not be regarded as acting independent from his client (his employer).”

My point is: An in-house counsel ’s goal is not to cover up breaches of the law; an in-house lawyer’s goal is to let the company reach its commercial objectives in a legal way. Bridging the gap between economic reality and the law requires a sound judgment on legal issues and on many related issues. In many cases in which the in-house lawyer is involved there are no clear rules yet. No lawyer would come to the conclusion in such cases that everything is allowed: the point is what aspects or eventualities does he then take into consideration; and even if the law allows a certain transaction, the lawyers will ask whether it is right to let the company enter into such transaction (is it legal, is it right?).

In-house lawyers are indispensable for managing legal risk within their organizations. They have added value because of their business and organization insight. But don’t expect in-house lawyers to endorse what business people do if it’s legally flawed. Nor will in-house lawyers assert positions which they feel are untenable. This is understood by in-house lawyers:  they have a professional duty to uphold their integrity and will refrain from engaging too intensely with business.

(This Blog was published in 2013 in Dutch; I thank Mark Prebble, of Lawyers-in-Business.co.uk for his comments on this English version)

Pin It on Pinterest

'We use Cookies to enhance your experience on our website. By continuing your navigation, you accept the placement and use of Cookies. To learn more about Cookies or opt-out from these services please see our privacy policy. More information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close